Wie herkent de volgende gesprekken, vaak gevoerd tijdens de soldenperiode:
“Er ging 30 euro af, dus heb ik er maar twee gekocht“
(waarna de totale kostprijs van de aankoop uiteraard weer hoger ligt dan de oorspronkelijke, zonder solden)
Of ook wel eens gehoord:
♀: “Kijk ik heb daarnet tijdens de solden dit nieuw kleedje gekocht”
♂: “Hmm, mooi. En hoeveel heeft dat gekost?”
♀: “Er ging 60% af! Goed hé.”
♂: Ja, maar hoeveel kost dat kleedje dan?
♀: 60% is wel veel.”
Waarschijnlijk zat ik te slapen in de wiskundeles toen het hoofdstuk ‘vrouwenrekenen en logica‘ aan bod kwam, maar ik snap van het aankoopgedrag tijdens de solden dus niet veel


